Als iets kut is, moet je dat gewoon kunnen zeggen. Daar benne we Rotterdammers voor niet dan, ja toch. Overigens, als u bij het derde woord (kut) uw wenkbrauwen al fronste, dan waarschuw ik u vast: de flamoes zal nog menigmaal in diverse bewoordingen terugkomen in dit korte, doch krachtige epistel.

Of het een hint was weet ik niet, maar een gewaardeerde vriendin stuurde mij een artikel door over beffen. En hoe de man dit het beste behoort te doen, teneinde de vrouw naar een ongekend hoogtepunt te leiden. De lesbo komt in het verhaal niet voor, maar da’s logisch, die worden geacht den eigen pantoffel te kennen en zodoende haar bedpartner idem dito te behagen zo zij zichzelf kan behagen.

In het stuk komt de foef in haar algemeenheid aan bod en er wordt stap voor stap aan de onwetende man uit de doeken gedaan hoe de mossel te beroeren. Alles voor het genot van de vrouw. Uiteraard ken ik alle tips en trucs al, maar het was hoe dan ook een lezenswaardig artikel.

Het gehele artikel bestrijkt maar liefst twee hele pagina’s; geen sinecure als je dat als onwetende man uit je hoofd moet leren. Voorts is de rest van het blad volledig aan de preut gewijd. Vaginamonologen, vibrators, schaamlippen, zalmsoep (huh? ja!), de kut als zaak, het komt allemaal voorbij.

Over welk blad heb ik het hier hoor ik u denken. Awel, dat is het Straatnieuws en met recht is de tiende editie een kutnummer te noemen.

Hoofdredacteur Floor de Booys: “Het idee ontstond doordat wij op de redactie verzuchtten: ‘Editie 10 is altijd zo’n kut-nummer’. Omdat het door de zomervakantie minder goed verkoopt. Dan moet je iets bijzonders doen. Dus dachten we, waarom niet écht een kut-nummer maken?”

En zo geschiedde.

Koop dat kutblad! Viva la vulva!