Ik ben niet trots op wat ik heb nagelaten op het gebied van uitgaan. Daarom wil ik sorry zeggen tegen de generatie na mij.. Sorry, jullie missen een echt Rotterdams icoon!

‘Bar Bodega ’t Oude Tramhuis’ bestaat niet meer, maar het was jarenlang een begrip in Rotterdam. Samen met Oud Bruin, Club Revolution, De Mauritsbar en de Daltons behoorde het Oude Tramhuis tot de foute tenten van nachtelijk Rotterdam. Als alles dicht was, kon je altijd nog naar Het Tramhuis. Zaak met nachtvergunning. Het is ongetwijfeld één van de kleinste kroegen waar ik ooit kwam. Het huisje bestaat nog. Als je het een keer wilt bekijken. Het staat op de kruising Eendrachtsplein, Oude- en Nieuwe Binnenweg, Westersingel. Ooit was het echt een huisje waar je op de tram kon wachten. Tegenwoordig is het een kebabzaak.

Na middernacht gingen de gordijnen bij Bar Bodega Het Oude Tramhuis altijd dicht en ging iedereen aan de u-vormige bar zitten. Of je stond ‘tweede ring’ wachten tot er een kruk vrijkwam. Er pasten hooguit dertig mensen in dé nachtkroeg van Rotterdam.

Het Oude Tramhuis, had een apart betaalsysteem. Ze werkten met een kaart. Een systeem dat ik verder op weinig plekken ben tegengekomen. Je krijgt bij binnenkomst een kaart met veel vakjes. Elk drankje wordt op je kaart bijgeschreven en aan het eind van de avond reken je je kaart af. Vaak klopte de rekening niet helemaal, maar niemand klaagde daar echt over.

Wanneer je je kaart verloren was moest je tweehonderd gulden contant aftikken. Er bestaan fabels dat mensen hun kaart met opzet kwijtraakten, omdat ze voor meer dan tweehonderd gulden hadden opgezopen, maar ik ben daar zelf nooit bij geweest.

Het probleem bij Bar Bodega ’t Oude Tramhuis was de uitsmijter. Hij liet je niet altijd binnen. Ten eerste omdat Het Tramhuis maar dertig klanten kon behappen, maar bovenal omdat hij gewoon een chagrijnige boerenlul was, die daar alleen stond voor zijn knakie fooi. Als je al naar binnen mocht, maakte hij je dat direct weer even duidelijk “Vergeet de portier niet straks hé!”.

De laatste keer dat ik in Het Tramhuis kwam, was ik maar vijf minuten binnen. Wat ik me ervan kan herinneren was het licht buiten. Dat betekent óf dat het in de zomer laat in de avond was óf ‘s ochtends vroeg. Er zat geen hond in die toko en we deden met zijn drieën een drankje en we zijn even gaan pissen. Naar de wc gaan in Bar Bodega Het oude Tramhuys was sowieso een hele onderneming, je moest een levensgevaarlijke steile wenteltrap af. Aangezien er weinig mensen geheel nuchter in Het Tramhuis waren, lazerde er iedere avond wel weer iemand naar beneden.

Omdat het zo stil was, hadden we niet veel trek om te blijven hangen. Dus na één drankje rekenden we de kaart af en zowaar klopte de rekening daardoor een keer! Bij het passeren van de portier drukte ik hem een riks in zijn vuist. Stapmaatje N. had hoogstwaarschijnlijk geen knaak meer, maar omdat hij maar een paar minuten binnen was geweest, dacht hij dat een gulden wel genoeg zou zijn.

“Wat denk je dat we hier staan te doen?”, vroeg de uitsmijter. “We staan hier met zijn tweeën en jij geeft ons één gulden”. Ik wilde iets zeggen van: “We zijn ook maar drie minuten binnen geweest”, maar N. was me voor en zei: “Dan kunnen jullie lekker allebei een perenijsje kopen, hondenlul.” De uitsmijter maakte een paar dreigende stappen richting ons, maar wist dat hij de sprint toch ging verliezen.

Daarna mochten we nooit meer naar binnen. Vreemd genoeg ging Het Tramhuys niet lang daarna failliet. Misschien arrogant dat ik denk dat het door ons kwam. Sorry generatie na mij. Jullie missen dit Rotterdamse icoon, maar voor het gevoel kun je er misschien een keer een kapsalonnetje halen!