Sinds mijn negentiende ben ik niet meer op vakantie geweest. Omdat ik er geen geld voor had als arme student, geen zin had, andere dingen te doen had (bloggen, werken), maar ook omdat Rotterdam een prima plek is om vakantie in te vieren. Op het weer na bloeit de stad en haar Rotterdammerts op als een prachtige bloem die een uitgebreid palet aan kleuren, zaden en geuren biedt.

Terwijl ik deze column met pen en papier schrijf, kijk ik af en toe op. Voor me zie ik in de baai zeewater dat nog blauwer is dan het blauw in zowel de Nederlandse als de Braziliaanse vlag. Dan denk je aan alle dingen, evenementen zo je wilt, die je dan gaat ‘missen’ in Rotterdam. Op de eerste dag van deze vakantie was dit al het 25-jarige jubileum van Metropolis, om maar iets te noemen.

Maar ook alle terrasjes die je kan pakken met de vrienden die je al tijden niet hebt gezien. Of juist om nieuwe vrienden mee te nemen naar nieuwe plekken, zoals tijdens Verborgen Tuinen. Maar ook de Zomerzondagen, Dag van de Romantische Muziek en iets als Heerlijk Rotterdam geven Rotterdam altijd een zomers tintje, met als uitsmijter de Pleinbioscoop.

Nu ben ik zelf maar twee weekjes weg, maar ik kan me voorstellen dat je nog even moet wachten tot je vakantie. Dan kun je wel degelijk uit de voeten in je eigen stad. Die ook op mijn vakantie me nog bezig houdt. Niet alleen in de vorm van deze column of mijn prozadebuut 71│17 dat nu ook via Bol.com te verkrijgen is en boekhandel Van Gennep, maar in de gedaante van een serveerster in de cocktailbar op de eerste avond.

Zij vertelde vol trots en in accentrijk doch kloppend Nederlands dat haar oudste zus een wasserette had op de Nieuwe Binnenweg. Dan denk je op vakantie te gaan, maar blijkt het motto toch ‘Vakantie? Pleur op joh! Rotterdam, dáár gaat het om!’ te zijn. Of we dus nog eens langskomen voor een cocktail, zodat zij haar Nederlands bij kan houden. Dus dat doen we braaf vanavond. Namens de serveerster, groeten van Ingrid.

Latest posts by MIGUEL SANTOS (see all)