Je woont in de stad omdat je graag in de stad woont. Sommige urbane types vieren dat door zo hip mogelijk, met een bekertje café latte op hun bakfiets, hun kinderen naar school te brengen. Goedkoop wonend in een volkswijk maar de kinderen wel naar een betere, hippere en wittere school in Blijdorp graag. De dames bakken uit verveling de cupcakes bruin en misschien wordt het tijd voor een leuk vintagewinkeltje? Dat is allemaal nog tot daar aan toe.

Wat echt niet kan is daarnaast ook nog eens ‘dorpje’ spelen. Je woont op het platteland, in een dorp of in een echte stad. Een stad is van steen, kantorens (hoge kantoren), beton, een boompje en een parkje hier en daar. Geen natuur, laat staan landbouw. Rotterdam is een stad, wij doen andere dingen. Gelukkig.

“Jawel kan wel hoor.” “Nee toch?” Jawel, want alles moet lekker biologisch uit eigen stad. Rotterdamse gassen in je gewassen en maar lekker harken met je broeierige hipster baard in de felle zon. En daarna knus lauwe thee drinken met de andere knotjesmannen, om na het doornemen van de dorpsroddels te zeggen: “He, wat ligt het tuintje er weer lekker bij.” Ze mogen van mij het dak op met hun stadslandbouw! De tutjes.

Ik vreet het niet. Ongezond voor lichaam en geest. Ik haal het wel bij de groenteboer of de Bas, hooguit haal ik mijn asperges van het platteland, ja bij de boer, zo heten die mensen die niet in de stad wonen.

Het is echt doorgeslagen. Laatst pleitte er nog iemand in de Rotterdamse gemeenteraad voor meer stadslandbouw op het platteland in de buitengebieden van de gemeente Rotterdam. WTF!? Ik hoop dat de boeren ter plekke dan meteen in opstand komen en die naar opgeklopte melk stinkende nep-urbaantjes als vogelverschrikkers tussen het mais zetten.

Een boer gaat toch ook niet ineens een latte macchiato drinken op zijn tractor met kinderzitje, om eens lekker dat stadse gevoel te krijgen. Hij woont op het platteland en dat begrijpt hij. In de ochtend scheert hij zichzelf, zet hij zijn pet op zijn fris geknipte haardos en gaat hij werken. Nou moeten de urbaantjes het nog snappen. Hip of niet, je woont in de stad, het is hier niet kleinschalig, niet knus en geen dorpje. Hier groeien geen komkommers, vooruit bij het AD af en toe in de zomer. Hier groeien de torens, hier bloeit de creativiteit, daar oogst Rotterdam lof mee.

Latest posts by EDWIN DE VOIGT (see all)