De komende twee weken geen nieuws vanaf het Aziatisch front. Op dit moment zit ik namelijk in een land zonder Wi-Fi, zonder pinautomaten en zonder telefonisch bereik. Driehonderd jaar terug in de tijd in Myanmar, voormalig Birma.

Het was nogal een bevalling om het land überhaupt binnen te mogen komen, aangezien een visum vereist is. De eerste keer stond de vlucht gepland op 16 april. Midden in de vakantie rondom de nieuwjaarsviering, lekker voorbereid. Ambassade tot en met 22 april gesloten, een visum kon ik dus wel op mijn buik schrijven en voor de vlucht gold een enkeltje prullenbak.

Na eerst door het noorden van Thailand te hebben gereisd, poging twee. Maandag terug in Bangkok, donderdag de vlucht Myanmar. Maandagochtend als een speer naar de ambassade, waar ik voor de deur een hoopje teleurgestelde toeristen aantref. Wat blijkt, die takken Thai’en besluiten doodleuk op maandagochtend de deuren een dagje gesloten te houden. En of men er rekening mee wil houden dat ze woensdag ook gesloten zijn in verband met een nationale feestdag. Dat betekent dat er één dag overblijft om een visum te regelen. Wie zegt dat reizigers een onbezorgd bestaan leven?

Van ellende alle toeristeninformatiebureaus in Bangkok afgestruind om iemand te vinden die iets voor mij kan betekenen. Uiteindelijk beland ik bij een bureau waar me wordt gegarandeerd dat er morgen om half vijf een visum voor mij klaar ligt. “Toemollow, toemollow, for sure!” Op hoop van zegen.

De volgende dag met klotsende oksels naar het toeristeninformatiebureau. Natuurlijk moet ik volgens Thaise gebruiken nog wel anderhalf uur geduldig wachten, maar kan ik uiteindelijk opgelucht het kantoor verlaten. Visum in de pocket en nu wegwezen!
 
Ambassade-1

Latest posts by Emily (see all)