“Eenzaam? Niet zo lullen wijffie, iedereen voelt zich toch weleens eenzaam? Je moet er gewoon voor zorgen dat je met je chagrijnige hoofd niet iedereen wegjaagt.”
Mevrouw Brouwers, 86 jaar, Rotterdam. Hobby’s: haar hond, kaarten, tv kijken, borreltjes drinken met de buurvrouwen van de galerij.

Mevrouw Brouwers was een vrouw met veel humor, zeer bekend met de uitdrukking ‘geen blad voor de mond nemen’ en een levensgenieter. Oud worden? Daar was zij al lang aan gewend joh. In ieder geval vulde zij haar dagen met de nodige humor: “Alles takelt af, er beginnen hier en daar wat dingen te hangen, maar je moet gewoon lekker blijven lachen joh! Dan trekt alles in ieder geval voor een moment weer omhoog.”

De toffe kanten van oude mensen zien we niet zo snel als we hen voorbij zien schuifelen over straat. Ons beeld bevat meestal: oudjes op scootmobielen die je naschreeuwen als je aan de verkeerde kant van de weg fietst of die je ophouden in de rij voor de kassa. Dit geldt niet voor onze Rotterdamse oudjes: zij dragen de Rotterdamse mentaliteit, zijn bikkelhard en spreken de Rotterdamse taal.

Ik interviewde twee van mijn favoriete Rotterdamse oude dames met veel cynisme en stoere verhalen: mevrouw Jonker en mevrouw Trapman.

Mevrouw Jonker, 81 jaar, hobby’s: verre reizen maken, breien, jeu de boules, borduren, en ga zo maar door.

01

Foto: vansofie, www.vansofie.nl
Bijnaam: ‘De vliegende Hollander’ (“omdat ik altijd loopt te rennen”)
Motto: ‘Opstaan, doorlopen en blijven adem halen.’
Lievelingseten: “Ik maak alles: Chinees, Hollands, je zegt het maar.”

Twee kunstknieën en geen tijd voor geouwehoer. Gewoon lekker normaal blijven doen en iedere dag je handen laten wapperen. “Je hoort vaak mensen van mijn leeftijd klagen, maar dan denk ik: ja, mens doe dan wat! Daar kan ik niet bij. Doe wat! Laat je handen gaan!” Je kunt de Rotterdamse mentaliteit bijna ruiken als je bij deze oude dame binnenstapt. Met een mooie glimlach maar enigszins keurend laat ze je toe in haar huis. De koffie staat al klaar en moet heet worden gedronken, want “koffie kun je niet koud drinken, dan neem je maar iets anders.” Ze heeft gevochten voor alles wat ze heeft. Met een rechte rug bekijkt ze nu de wereld door haar ronde bril vanaf de zesde verdieping in Prins Alexander. Ze is trots, stoer en heeft een klein Rotterdams hartje. Heel tevreden staat zij in het leven, sterk en verstandig geworden door haar verleden. Haar deur staat altijd open, alleen klagers komen er niet in. “Ik kwam laatst ergens en daar zat iemand te klagen. Ik zeg: ‘wat-ister aan de hand?’ Zegt ze: ‘Ik heb last van mijn kunstknie’. Dus ik kijk der aan en zeg: Niet zo klagen joh, ik heb-der twee!”

“Of ik weleens denk: ‘toen’ waren er betere tijden? Nee, eigenlijk nooit. Ik weiger in dat hokje van veiligheid te gaan zitten. Ik ben gewend te vechten voor mijn eigen bestaan en niet afhankelijk te zijn van anderen. Maandag tot en met vrijdag steeds opnieuw hetzelfde werk doen, heb ik nooit gedaan. Ik was overal en nergens bezig en ondertussen vloog ik overal naartoe. Ze noemen me niet voor niets de ‘Vliegende Hollander’! Kijk, dat borduurwerk heb ik gemaakt nadat ik in een tombe ben neergedaald in Egypte.” Ze wijst naar het werk wat aan haar muur hangt. Ik schiet in de lach en zeg dat als ik 75 jaar ben nog eens aan haar zal denken.

Mevrouw Trapman, 75 jaar, hobby’s: koken, breien, gezellige dingen doen.

02

Bijnaam: Jaan.
Motto: ‘Je krijgt wat je verdient.’
Is trots op: de kleur van haar haar.

In Ommoord stapt er een statige oude dame de lift uit. Deftig, van top tot teen. Met een ferme handdruk groet ze me. “Zo! Waar gaan we naartoe?” vraagt ze me direct. “Hier is niet zoveel te beleven, ik weet niet of jij nog een leuk plekkie weet?” “Zullen we een bakkie doen bij Hotel New York?” vraag ik aan haar. “Ja joh, ik vind alles best. Je ken mij overal neerzetten.”
Ze heeft de zorg voor haar man en eigenlijk gaat het niet zo goed met haar. Maar ze lacht en vindt het leuk dat ik haar kom ophalen. “Je moet nou eenmaal roeien met de riemen die je hebt. Na alles wat ik heb meegemaakt, kan je niet zoveel meer doen dan iedere dag proberen op te staan met een lach. Ja, wat mot ik dan? Ik ken-der nou toch niets meer aan veranderen, toch?”
Bikkelhard en zeker niet kleinzerig. “Ik zeur alleen als het echt nodig is. Met Kerst bijvoorbeeld, heb ik m’n pols gebroken. Moe-je es kijken, dat ding staat helemaal scheef! Maar je denkt toch niet dat ik als ‘Jan-met-de-korte-achternaam’ steeds terug ga naar die fysio? Da-komt vanzelluf wel weer goed.”

Lekker achter ieder woord de ‘natte t’ plakken en zeggen waar het opstaat. Mevrouw Trapman doet niet snel ergens moeilijk over: “Ik lust bijvoorbeeld alles, maar er moeten geen kruiden in zitten waar ik niet tegen kan.”

Terug in Ommoord na geworsteld te hebben met de veiligheidsgordel, bedankte ik haar. “Tot ziens wijffie, ik zie je nog wel een keer.”

Met dank aan de granny’s van Granny’s Finest.

Latest posts by Kristi (see all)