Sinds drie jaar is schrijver Tjeerd Langstraat (media- en communicatie)vrijwilliger voor de Roparun, de estafetteloop vanuit Hamburg en Parijs naar Rotterdam waarbij 100-en teams en 1.000-en mensen zich inzetten om zoveel mogelijk geld op te halen voor diverse bestemmingen die zich richten op de bestrijding van kanker, palliatieve zorg en anderszins gerelateerde doelen.
Omdat ik ook direct contact wil met de mensen waarvoor we dit werk doen, heb ik besloten om in Familiehuis Daniel den Hoed als vrijwilliger aan de slag te gaan.

De komende tijd zal ik op Bogue bloggen over mijn werkzaamheden als vrijwilliger. En mooi nieuws; niet alleen blijf ik als vrijwilliger betrokken bij de Roparun, ook zal ik dit jaar zelf deelnemen aan de Roparun vanuit Hamburg als loper in het nieuwe team van Gers!.

“Ey, waar is je voorband?”
Beteuterd kijkt Lara naar het ontbrekende en o zo onmisbare onderdeel van haar fiets.
“Nou ja! Ze hebben mijn wiel gejat!”

Het is woensdagavond, rond half tien en ik heb net mijn derde en laatste ‘snuffeldienst’ achter de rug. Begin september ben ik begonnen als vrijwilliger in het Familiehuis en na de snuffeldiensten, waar je een eerste blik krijgt van wat het werk in het huis inhoudt, bepaal je samen met de dagelijkse leiding of je de inwerkperiode ingaat en je daadwerkelijk tot het team van plusminus 45 vrijwilligers toetreedt. Ik heb allang besloten dat ik tenminste de 10 inwerkdiensten ga draaien en zeg dit tegen Lara terwijl zij haar fiets van het slot haalt.

Het Familiehuis is inmiddels een begrip in binnen- en buitenland, maar toch zal niet iedereen het kennen. Gelukkig maar ben ik geneigd te zeggen. Als je in het Familiehuis zit, betekent dat, dat jij of een dierbare een vorm van kanker hebt en behandeld wordt in de Daniel den Hoed kliniek die tegenover het Familiehuis zit.

In feite is het Familiehuis een hotel, of meer nog een hostel, met een gezamenlijke huiskamer en keuken. Patiënten en/of familieleden kunnen een kamer in het huis boeken wanneer er een (langdurige) behandeling (aan)gaande is of wanneer simpelweg de afstand van woonplaats tot de kliniek te groot is om dagelijks te overbruggen. Ga maar na, als je in Emmen woont en dicht bij je vrouw wilt zijn die een meerdaagse behandeling ondergaat, wil je niet elke avond heen en weer rijden.

Zo ook de heer Jansen (namen van patiënten/familieleden zijn veranderd – TL) die daadwerkelijk vanuit Emmen is gekomen met zijn vrouw. Ik ontmoet hen tijdens mijn eerste dienst en direct valt me de nuchterheid op waarmee ze spreken over de ziekte van mevrouw. Het is het tweede gesprek dat ik voer die eerste dag en waar de eerste een zwaar en heftig gesprek was, daar is deze op een bepaalde manier luchtig en amusant. Meneer Jansen is een grote vent, typische plattelander en man van weinig woorden.
Hij drinkt zijn kokend hete thee in twee minuten op en veegt de parelende zweetdruppeltjes van zijn voorhoofd.

“Heet hier,” bromt hij.
Mevrouw Jansen zit in een rolstoel. Ze is dusdanig verzwakt dat lopen een te grote aanslag op haar conditie is. Ze moet de komende drie dagen een zware behandeling ondergaan om de zeldzame hersentumor die ze heeft ‘in bedwang’ te houden en om de pijn te bestrijden.

“Joh, ik mopper weleens wat hoor, als ik een prik krijg ofzo, maar het is hoe het is hè. Dood gaan we allemaal. Ik ben blij dat ik bewust nog wat tijd heb, ondanks dat ik weet dat ik niet lang meer te leven heb.”
Het kan een pose zijn, een houding om niet teveel bezig te zijn met haar ziekte of het onvermijdelijke dat snel komen gaat. Ik weet het niet, maar ik vind het bewonderenswaardig zo’n instelling.
Het grootste gedeelte van het gesprek “mopperde” mevrouw Jansen overigens wel: over de 12 windmolens die haar zo geliefde dorp ontsieren sinds kort. En dit terwijl de politicus waar zo’n beetje het hele dorp op had gestemd, beloofd had dat die windmolens er niet zouden komen. Maar ja, politici, de waarheid en beloftes hè… Mevrouw Jansen praat vrolijk verder en ondertussen wordt haar inschrijving verwerkt.

Het verschil tussen een normaal hotel en het Familiehuis is mij direct duidelijk: de gast staat in elk hotel altijd centraal, maar hier wordt ook daadwerkelijk de tijd genomen mocht daar behoefte aan zijn. Nimmer heb ik bij de check-in van een hotel koffie gehad en heb ik een half uur met de baliemedewerker zitten kletsen. Hier wel.

Volgende week: mijn eerste gesprek met een moeder wiens dochter van 25 de dag ervoor is opgegeven. De fiets van Lara en wat houdt het werk nu eigenlijk in. En hoe is het Familiehuis ontstaan en hoe wordt het gerund?