Sinds drie jaar is schrijver Tjeerd Langstraat (media- en communicatie)vrijwilliger voor de Roparun, de estafetteloop vanuit Hamburg en Parijs naar Rotterdam waarbij 100-en teams en 1.000-en mensen zich inzetten om zoveel mogelijk geld op te halen voor diverse bestemmingen die zich richten op de bestrijding van kanker, palliatieve zorg en anderszins gerelateerde doelen.


“Omdat ik ook direct contact wil met de mensen waarvoor we dit werk doen, heb ik besloten om in Familiehuis Daniel den Hoed als vrijwilliger aan de slag te gaan.
De komende tijd zal ik op Bogue bloggen over mijn werkzaamheden als vrijwilliger. En mooi nieuws; niet alleen blijf ik als vrijwilliger betrokken bij de Roparun, ook zal ik dit jaar zelf deelnemen aan de Roparun vanuit Hamburg als loper in het nieuwe team van Gers! Magazine.”

Ik loop door de zeikende regen, te mokken en alles en iedereen inwendig uit te schelden voor al wat lelijk is. Mijn sokken zijn nat, mijn jas doorweekt en mijn toch al niet zo florissante kapsel is verworden tot een verzopen perkje sprietgras.

Mijn gedachten dwalen af naar de avond ervoor. Een man (42) kwam zich inschrijven voor een aantal overnachtingen in het Familiehuis. Hij ziet er gezond uit, maar ik heb inmiddels wel geleerd dat niet iedereen met kanker kaal is en nog maar 40 kilo weegt.
“Het is bij toeval ontdekt,” zo begint hij uit zichzelf. “Beetje buikpijn tijdens het wielrennen en een verkleuring van mijn huid op mijn buik. De huisarts stuurde me direct door naar het ziekenhuis. Kanker in mijn galvaten, althans, daar is het begonnen. Dat was twee maanden geleden. Ik krijg nu alleen nog behandeling om het rekken. Ik ga dood.”

Ik loop door, de regen negerend. “Wat zeur je nou man,” zeg ik tegen mezelf. “Beetje regen op je togus, enorme zeiksnor dat je bent. Je bent gezond, alleen je haar is een beetje nat. Boeien.” Het relativeren van je eigen sores is niet heel moeilijk als je dit soort verhalen hoort.

Richard
“Tjeerd, Tjeerd, Tjeerd! Deze man lijkt op jou!”
Ik lach, Richards vader ook en de mensen om ons heen kijken verbaasd op. Richard houdt het boek vast die ik heb neergelegd voor de gasten om te lezen en hij kijkt naar mijn auteursfoto.
“Dat ís Tjeerd,” zegt zijn vader.
“Oh. Wow! Oh ja, nu zie ik het! Haha! Tjeerd dat ben jij!”

Richard heeft het syndroom van down en heeft nu zijn tweede volle week behandeling in de Daniel den Hoed. Hij heeft teelbalkanker en krijgt chemo. De eerste keer dat ik Richard zag, had hij zijn haar nog en was hij energiek. Nu moet ik niet overdrijven; hij is nog steeds energiek, maar je merkt nu veel meer dat hij ziek is.
Volgens zijn vader eet hij slecht, is hij heel moe en is zijn weerstand vrijwel helemaal weg. Hij woont tijdelijk weer thuis en niet bij zijn vrienden van het huis waar ze o.a. de dagbesteding samen invullen. Zo mag Richard normaal gesproken conciërgetaken uitvoeren in het huis, de tuinman helpen en koffie inschenken.

Dat doet hij in het Familiehuis trouwens wel. Elke gast die aanschuift in de huiskamer een koekje aanbieden en vragen of de koffie lekker is.
“Lekker bakkie hè!” vraagt hij dan retorisch en tettert lekker door. Het is geen minuut stil als Richard er is.

Slapen op Rotterdam CS
Heel stil daarentegen is de man uit Somalië die tijdens een van mijn diensten inmiddels een week in het Familiehuis verblijft. Hij spreekt gebrekkig Nederlands en is erg op zichzelf. Hij kookt, eet en gaat weer naar zijn kamer of naar het ziekenhuis waar zijn vrouw ligt en wordt behandeld voor leukemie.
Een paar dagen voor hij in het Familiehuis kwam, is hij door de politie van Rotterdam CS geplukt. Hij sliep daar en in de omgeving buiten en zwierf rond. Ze komen uit het noorden van Nederland en hij heeft geen geld om ergens te overnachten of tenminste de kennis om te regelen dat hij niet buiten hoeft te slapen. Via het Familiehuis is er met externe organisaties een regeling getroffen zodat hij een dak boven zijn hoofd heeft terwijl zijn vrouw wordt behandeld.

Vrijwilligers
Dit is de derde en vooralsnog laatste blog in deze korte serie. Bedoeld om een kleine blik te werpen in wat het Familiehuis doet, waar de mensen die er werken voor staan en waar het allemaal om draait: mensen met kanker en hun naasten voor even een huiselijk gevoel kunnen geven en zorgen dat ze dicht bij elkaar kunnen zijn in een moeilijke tijd.

De verhalen die ik hoor zijn intens, interessant, schrijnend, verdrietig, supergrappig en hoopgevend. Het heeft alles, omvat het hele leven, de dood, liefde, geluk en treurnis. Ik loop nog maar kort mee, maar het is dankbaar werk en ik ben blij dat ik mee mag werken aan zo een voorziening voor mensen die het nodig hebben. En is het zwaar? Je zou het denken, maar zo ervaar ik het niet. Er heerst over het algemeen een fijne sfeer van optimisme en levenslust.

Ik wil deze laatste blog ook gebruiken om te benadrukken dat het Familiehuis nog vrijwilligers kan gebruiken. Ik ben met mijn 33 jaar de jongste vrijwilliger. Niets ten nadele van de oudere vrijwilligers, maar het zou fijn zijn als er meer jongeren aan de slag zouden gaan. En net als de gasten van het Familiehuis een afspiegeling zijn van de maatschappij, zo zou ook het vrijwilligersteam dat moeten zijn.

Meer info vind je hier en geld is er nodig. Altijd, het is niet anders. Met elke donatie zijn wij heel blij, dus mocht je nog een paar vergeten munten in een oude sok hebben, die kun je hier deponeren.