Na honderdvijfenzestig nachten in een vreemd bed het kussen verhard te hebben achtergelaten door mijn chronische kwijl probleem, is het tijd terug te keren naar de basis.

Terug van een gat in de grond, naar de wc’s op Schiphol die irritant snel doorspoelen. Waardoor het afvegen van mijn billen iedere keer weer in het water valt. Terug van levensgevaarlijke maar spot goedkope busritten, naar het irritant goed geregeld maar veel te dure openbaar vervoer. Waardoor ik iedere keer weer vast kom te zitten tussen twee piepende, ijzeren hekjes. Terug van alles behalve opwindende pingpong-shows, naar de irritant grote keus van goede feesten. Waardoor je jezelf ieder weekend, tegen beter weten in, betrapt op de dansvloer te staan.

Na Australie, Thailand, Myanmar, Vietnam, Laos en Cambodja raken de wielen van mijn vliegtuig half juli weer de Nederlandse bodem. Een zonovergoten Rotterdam ligt op mij te wachten. Onze gezamenlijke achtertuin, ook wel Vroesenpark, geniet van haar gloriedagen. Een mierenhoop van veel te bleke lichamen, met een waas van barbecue rook die mysterieus boven het veld blijft hangen en een samenkomst van honderd en een verschillende nationaliteiten sieren het park. Woensdagen staan in het teken van oude, veel te kleine skeelers onderbinden. Gezamenlijk met een snelheid van dikke stront door een zeefje achter elkaar aanrollen. Maar vooral van het genieten van de laatste zonnestralen die de Meent oranje kleuren.

Tijdens mijn reis ontmoet ik een Engelse globetrotter die Rotterdam omschrijft als: a beautiful city at sunny days and by night. Een grijns van trots en herkenning siert mijn mond. Want dat is Rotterdam. Dat is onze stad. Dat is mijn thuis.

Foto: The Webmaker

Latest posts by Emily (see all)