Poort naar gemeenschap

in mijn fantasie loop ik dagelijks onder je benen door
kijk dan maar wat graag omhoog, om alle details
vanaf de grond tot aan het plafond door mijn ogen
volledig op te laten nemen, woorden daarover
spuug ik als overmatig kwijl ergens weg in de modder

in werkelijkheid is jouw paar benen in Rotterdamse klei
en haar winderige doorgang een ver-van-mijn-bed-show
geworden, niemand houdt van dingen die kapot lijken
al zijn de barsten misschien nauwelijks zichtbaar
maar prikkend als je een perfect plaatje probeert te creëren

waar ze buiten van moeten kunnen smullen alsof
het de gewoonste zaak van de wereld is, het oog wil immers
ook wat, geef wat, zo niet dan toch, nog steeds niet
maken we jou gewoon een verschoppeling, de schandpaal
op de straat waar we allemaal lopen, te zeiken, af te bekken

af te kraken, uit te maken voor vul hier zelf wat in, te doen
alsof dat normaal is, zonder te weten of dat normaal is
alsof respect voor elkaar niet normaal is, zoals recht op
woonruimte niet inwisselbaar is maar bespreekbaar hoort te zijn
zoals bespreekbaar hoort te zijn of je jezelf aangetrokken voelt

tot een ander, aanspreken kan ook met ‘pardon’, ‘sorry’, zeg
vervolgens van mens tot mens iets zinnigs zonder
politieke spelletjes, mens erger je niet met naar de mond
praten maar met elkaar want op leeglopende fietsbanden
kun je niet rijden en barsten laten enkel lege lucht door

Miguel Santos