Twee jaar lang was de meest gestelde bezoekersvraag in huis “maar word je daar dan niet duizelig van?” Ja soms een beetje, want het dak was schuin. Ja, want je moest drie trappen op voordat je hijgend de woonkamer in stapte en ja, want de muren stonden allemaal scheef.

Ideaal was ons huis niet en knap ook allerminst, maar deze woning was perfect.

Als een oud wijf keek ik afgelopen week naar de foto’s. Alweer 12 maanden geleden zei ik gedag tegen ‘onze Kubus’. Ruim twee jaar heb ik in zo’n bekend bouwwerk van meesterarchitect Piet Blom aan de Overblaak mogen wonen. En ik heb alle hoeken van het huis gezien.

De allereerste keer dat ik in mijn (toen nog toekomstige) kamer een poging deed om het raam te openen, flikkerde ik zowat tien meter naar beneden. Dat was een voorbode. Mijn eerste (en laatste) bijna-doodervaring vond een paar maanden later plaats in diezelfde Kubus: ik viel bewusteloos vierentwintig treden naar beneden, maar overleefde het drama doordat ik opgevangen werd door een klein engeltje (bedankt, Claire).

Het was een subtiel gevolg van een ‘Kubusfeestje’. Want wat Piet Blom misschien nog niet wist toen hij het Blaakse Bos in Rotterdam plantte: dit staaltje architectuur leende zich perfect voor feestjes.

Er werden zoveel mogelijk zieltjes in het huis gepropt, waarna de gezelligheid vanzelf kwam. Zodra er genoeg alcohol vloeide leken alle muren gewoon weer recht en kon je er zelfs tegenaan gaan zitten. I-de-aal.

Wel stond er een verbod op het zelfstandig openen van ramen, want: zie twee alinea’s terug. In beschonken toestand een raam openen op Overblaak 26 was een heel onverstandig idee. Ook werd het afgeraden om in een noodvaart van de trap te rennen, aangezien op feest nummer één iemand bijna een hersenschudding opliep door een rijtje bakstenen die opeens in z’n voorhoofd stonden.

We – de Kubusbewoonsters – hebben het huis altijd liefdevol behandeld. Onze gasten wat minder. Als iedereen ‘s nachts de straat op ging en in een treintje richting de Vibes (en later Niko.) waggelde, was het vaste prik om onze bloembakken op de begane grond even te bewateren.

De buurmannen konden het niet zo waarderen. Hun planten hingen de volgende ochtend op half zeven en bovendien stonken de pioenrozen naar pis.

Ons kon het vrij weinig schelen. Terwijl wij op de day after ritueel stonden te dweilen en nog wat duizelig peuken van de grond raapten, hadden we weer wat dierbare Kubusherinneringen gemaakt. Die zullen we later tot vervelends toe met onze kleinkinderen delen.

Latest posts by Kelly (see all)