Vorige week stond mijn leven in het teken van grote-mensen-zaken. Het begon al fantastisch met een eindafrekening van Eneco waar je geen u, maar godverdomme tegen zegt. Toen ik het bedrag onder de streep zag, werd ik acuut kotsmisselijk. Later op de dag had ik een voortgangsgesprek op mijn werk. Voortgang had ik wel degelijk gemaakt, maar er was nog behoorlijk wat werk aan de winkel. Hoe sterk je ook in je schoenen staat, zulke gesprekken laten altijd een deuk achter in je tere zieltje. De volgende dag had ik samen met mijn lief een afspraak bij een vastgoedontwikkelaar voor (ahum) een koophuis. Vorig jaar wist ik nog niet eens wat hypotheekrenteaftrek was, dus moet je nagaan.

Bovenop de gebruikelijke bedrijvigheid (lees: sporten, werken, slapen en eten) moest ik ook nog een afspraak maken bij de dierenarts; mijn zorgverzekering bellen; overhemden strijken; afwassen; een etentje organiseren en nog tientallen andere zaken waar ik me jaren geleden totaal niet om bekommerde. Plotseling kickte de realiteit in: ik ben potverdorie geen twintig meer!

Ik heb me het toentertijd niet zo gerealiseerd, maar toen ik twintig was had ik eigenlijk een bizar flex leven. Iedere vierentwintigste van de maand stroomde de stufie mijn rekening binnen, zonder dat ik ook maar een tengel uit hoefde te steken. Nu moet ik keihard werken voor mijn centen omdat er altijd wel een of andere aasgier in de buurt is die mijn baan wil inpikken. Ouder worden brengt niet alleen financiële rompslomp met zich mee. Ook je fysieke gesteldheid is niet meer wat het is. Vroegah ging ik drie avonden op rij naar de klote. Als ik nu één avondje naar de getver ga, pluk ik daar drie dagen later nog steeds de rotte vruchten van. Deze recreatieve uitspattingen vinden trouwens altijd plaats op vrijdag, omdat ik me geen doordeweekse katers meer kan permitteren. Nadien begraaf ik mijn brakheid niet meer onder vezelloze afbakbroodjes met kaas en mayonaise, maar sla ik er de Voedselzandloper op na om te kijken wat ik het beste kan eten om de dag te overleven. Dit doe ik niet alleen omdat een dosis vitaminen en mineralen op zijn tijd wonderen doet, maar ook omdat ik anders dichtgroei. Soms snerp ik verbitterd naar onze piepjonge stagiaires: wacht maar totdat je de vijfentwintig gepasseerd bent, dan komt alles wat je vreet er direct aan! En iedere vrouw die dit leest en geen twintig meer is, weet dat ik gelijk heb. De nieuwe generatie is strakker, blonder en heeft grotere tieten (van de hormonen). Hoe ouder je wordt hoe meer je lichaam in verval raakt. Ik ben mijn hoogtepunt gepasseerd en het gaat alleen nog maar bergafwaarts. Vroeger rolde ik met mijn ogen als bouwvakkers me nafloten, nu denk ik alleen: Yep, still got it!

Gelukkig schijnt deze periode van angst, onzekerheid en innerlijk onrust kenmerkend te zijn voor mid-twintigers of begin-dertigers. Het wordt ook wel een ‘quarterlifecrisis’ genoemd. Fijn dat tegenwoordig elk beestje een naam heeft en ik deze fase, naast mijn pubertijd, ook in een hokje kan plaatsen. Omdat mannen met een midlifecrisis strakke leren broeken gaan dragen terwijl ze kwijlend uit het raam van hun rode sportauto hangen, ben ik benieuwd wat mij te wachten staat. Tot nu toe pers ik me niet in te korte spijkerrokjes en vergrijp me niet aan achttienjarige jongetjes.

Ik moet wel eerlijk toegeven dat ik soms ook intens geniet van het burgerlijke bestaan dat ouder worden met zich meebrengt. Ik zucht van verlichting als ik de zoveelste uitnodiging voor ‘het feestje van de eeuw’ decline op Facebook. In plaats daarvan nestel ik me op de bank met een plaid en kopje thee. En fulltime kantoorslaaf zijn heeft ook zo zijn voordelen. Ik hoef aan het einde van de maand steeds minder vaak in natura te betalen voor mijn boodschappen en mijn garderobe wordt langzaam aangevuld met kleding die niet alleen afkomstig is van de H&M. Laten we maar zeggen: ieder nadeel heb z`n voordeel!

Latest posts by Anna (see all)