Soms hebben mensen echt een bord voor hun kop, dat hen belemmert om een beetje, nog niet eens zo heel veel, respect te tonen voor anderen. Hun medemens.
‘De omgeving van de mens is de medemens’, aldus de neonletters langs de Nieuwe Binnenweg ter hoogte van de Van Speykstraat. Maar ik krijg steeds vaker het idee dat dit niet bij iedereen aankomt.

Neem nu de gemiddelde avondclochard die met zouteloze emotie voor de honderdste keer komt vragen of hij (meestal, een enkele keer ‘zij’) een bijdrage voor de nachtopvang kan krijgen. Of de ‘Wolfpacks’ op de hoek van de straat die bij elke passerende vrouw in kwijlende idioten veranderen. Mee gaan lopen als honden achter een sappig bot. Plaatsvervangende schaamte voel ik op zo’n moment. Dan zou je denken: als ze niet reageert of zich excuseert omdat ze haast/geen tijd/geen zin/geen interesse/je niet aantrekkelijk vindt/zich irriteert aan je gebrekkige Nederlands/zich stoort aan je vunzige opmerkingen, zullen je ‘avances’ weinig tot geen effect hebben.

Hetzelfde geldt voor vrouwen. De vrouwen die na het horen van een zin als, ik noem maar iets, ‘ik ben bezet’ nog laten bij een onschuldige, flirterige opmerking op z’n tijd is voor mijn gevoel net zo’n bedreigde diersoort aan het worden als de reuzenpanda in China. Neen. Hebben, hebben, hebben, lijkt wel het meedogenloze motto.

Lekker boeiend dat je vriend ernaast staat, ik ga doodleuk aan je bil zitten en dan doen alsof ik dat nooit maar dan ook nooit zou doen. Zeg ‘vriendin’, ik mag vast wel even met je vriend praten. Dat ik hem de hele tijd aanraak, kort streel en als het even kan mijn lichaam tegen hem aan vlijt heb je vast toch niet door. Zelfs als ik je recht in de ogen aankijk zie jij vast niet dat ik haar een paar kussen in haar nek en op haar oor geef. Wie let daar nu op? Niemand toch? Vooral niet als hij de barman is, dus als ik vervelend ga doen laat ‘ie me er gewoon uitzetten. Want ik heb het altijd bij het verkeerde eind.

Feit blijft dat die slangen, want dat zijn het eigenlijk, overal zijn. Wachtend op een opening, om vervolgens meedogenloos toe te slaan. En kun je er iets tegen doen? Nee. Een ‘pleur op joh’ zou in negen van de tien situaties olie op het vuur zijn. En dat kost alleen maar meer zuurstof die je voor veel nuttigere dingen zou kunnen gebruiken. Zoals deze column tikken bijvoorbeeld en ondertussen kalm blijven. Want je bent Rotterdammer of niet, je moet altijd wel ergens op kunnen kankeren. Op meedogenloze wijze.

Latest posts by MIGUEL SANTOS (see all)