Als witte, heteroseksuele man behoor ik tot het meest bevoorrechte segment van de samenleving. Dit geeft mij merkbare en verborgen voorrechten. Zo betekent “gewoon blank zijn” dat ik talloze keren geen boete gehad voor wetsovertredingen, bestempelde de politie mijn openbaar blowen als kwajongensgedrag, ben ik pas één keer voor een sollicitatie afgewezen en word als ik ergens binnenkom naar mijn persoonlijkheid en persoonlijke uitingen (kleding, houding) gekeken in plaats van mijn etniciteit.

Over die verborgen voorrechten van ‘gewoon’ wit mensen keek ik gisteravond op NPO2 de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. Een, nog zacht gezegd, spraakmakende documentaire: elke 10 minuten zetten mijn zusje, vriendin en ik hem op pauze omdat we steeds weer in gesprek raakten.

Het bespreekbaar maken van vastgeroeste patronen in een samenleving gaat, als je het goed doet, gepaard met veel tegenstribbelen van ‘de massa’. Abraham Lincoln had een burgeroorlog nodig om de slavernij af te schaffen. Een van de dingen die nu bespreekbaar wordt gemaakt door Bergman is dat slavernijverleden van Nederland. Maar misschien wel belangrijker, het effect wat een verleden van kolonialisme en slavernij tot gevolg heeft op de gesegregeerde samenleving waarin we nu leven.

Mensen duiden op hun onbewuste racisme leidt vaak tot cognitieve dissonantie. Bijvoorbeeld als je een niet-wit persoon complimenteert over haar Nederlands taalgebruik en zij zegt dit onprettig te vinden, denk je al gauw dat dat aan háár ligt. Jij bedoelde het immers goed. Je overtuiging van je goede bedoelingen botst met de nieuwe informatie dat de ander dit vervelend vindt. Dus verwerp je dat om je overtuiging te kunnen beschermen. Hier meer over cognitieve dissonantie bij racisme. Het racisme en het zien van wit als neutraal, gewoon en niet aan de orde speelt een complexe rol in het (onbewuste) denkproces van ons allemaal. In de documentaire krijgt een zwart jongetje een zwarte en witte pop en wordt aan hem gevraagd: “Welke pop is slimmer?”. Het antwoord, zó pijnlijk dat je twijfelt of het niet ingefluisterd was, is: “De witte. Omdat deze er uit ziet als een indiaan/donkerbloedmens en dus een beetje dom is, die weet niet zoveel.”

Zelf had ik laatst ook een gevalletje van onbewust racisme. Ik zat op het Eudokiaplein en een vrouw op de fiets werd zachtjes aangereden door een auto. Ze riep iets naar de auto en zette haar fiets neer. De auto parkeerde echter en een Marokkaans ogende jonge man met bontkraagjas stapte uit. Ik tikte mijn vriendin aan, omdat ik verwachtte dat de man de vrouw ging uitschelden of erger. Ik zette me schrap toen hij naar haar reikte, maar hij aaide over haar rug en vroeg: “Gaat het?” Ik stond perplex van mijn eigen aanname en voelde dat ik rood aanliep van schaamte.

Ik ben Tomas, gewoon wit en onbewust racistisch.

Kijk hier de documentaire ‘Wit is ook een kleur’: http://www.vpro.nl/programmas/2doc/2016/wit-is-ook-een-kleur.html

sunny2