Op een zaterdagavond in de metro vanuit Ommoord terug naar de stad merk je dat de eeuwige discussie of je als zaadvragend tienermeisje nou meer kans hebt in de Sorbonne of nog steeds in de gouwe ouwe Hollywood nog steeds aan de gang is. Dankzij een groepje van vier jochies dat benaderd werd door twee meisjes ben ik weer helemaal up to date. De twee bruinharige breezers kwamen (letterlijk) van achterin de metro naar voren gelopen om het volgende gespreksstof te wisselen.



‘Hey, ik ken jou toch,’ vroeg het voorste meisje aan het middelste petje.
 Het petje kijkt alsof hij water ziet branden. 
‘Wat praat deze chick,’ lachte het linkerpetje.
 ‘Wat praat jij, ik ken hem!’ 
Breezer schoot in de lach, de petjes lachten haar uit. Ondertussen stroomden er meer petjes en breezers de metro in, vanuit het altijd kuise en bijzonder pitoreske Kutjebef aan den IJssel en omstreken waarmee de grootste boeren hun weg naar Rotterdam vinden. 
‘Waarom lachen jullie,’ giechelde het bruinharige meisje, ‘ik zag jou toch in de Sorbonne. Dat was jij toch?’
 ‘Ehh,’ bleek de enige reactie die ze kreeg. 
Achter mij zat een ander groepje dat zich begon te beklagen dat het maar over de Sorbonne ging. 
‘De Sorbonne, daar ga je toch niet heen? Je moet naar Holly, man! Daar zijn de hoertjes,’ klonk er vanuit de groep. 
De petjes voor mij schoten in de lach. 
‘Wie wil d’r nou een Hollyhoertje,’ riep het middelste petje. 
‘Nou, zij dus,’ antwoordde het linkerpetje.
 Ergens tussen het gelach klonk nog een stem, die bij de petjes hoorde.
 ‘Straks staan ze ook zo in de rij, op de grond te stampen en schreeuwen: “Hol-ly-hoer-tjes! Hol-ly-hoer-tjes!”’


De groep nam het over en scandeerde de term door de metro. Inmiddels waren we godzijdank bijna bij Beurs. Tijd dat deze kudde vol idioterie het voertuig verlaat. Dat vonden ook de studentes verderop in de metro, die vanaf Voorschoterlaan de metro waren ingestapt.



Als je dan tijdens dit tafereel naar rechts kijkt, zie je een verbeten hoofd dat zonder geluid lijkt te zeggen: ‘Pleur… OP!’ Want ja, bovenstaand tafereel heeft zojuist plaatsgevonden. Het klinkt zo ongelofelijk. Maar mijn gedachten dwalen onmiddellijk af naar dat andere ongelofelijke, namelijk dat 5 juli mijn eerste roman uitkomt. Dat is vrijdag al. Ongelofelijk. Niet dat er een Hollyhoertje of boertje uit Kutjebef het gaat lezen, maar ik ben blij dat ik een boek- en gedichtenschrijvende nerd ben. En dus dit soort gebeurtenissen in de metro onthoud en kan delen door ze op te schrijven, in plaats van ze na een minuut alweer te vergeten omdat je te lijp bent om te kakken.

Latest posts by MIGUEL SANTOS (see all)