Dit weekend gaat mijn vriendin voor ruim een maand naar Australië. Ze gaat research doen voor haar nieuwe boek. Zonder mij, want ik blijf thuis. Van zaterdag 15 maart tot en met maandag 21 april ben ik op mezelf aangewezen. Dit is een tikkeltje problematisch. Ik kan namelijk niet zo goed voor mezelf zorgen.

Nog voordat zij – via Kuala Lumpur gevlogen – in het noordelijk gelegen Darwin voet op Australische bodem zet, zal mijn dag- een nachtritme geworden zijn. Ben ik reeds met een derde fles Bombay Sapphire en het bodempje van de eerste fles Noilly Prat in de weer om de zoveelste perfecte droge martini te mixen. Loop ik drie Lucky Strikes tegelijk paffend door het huis. ‘Wie gaat er zeggen dat ik binnen niet mag roken, dan?!’ En ik hoop met angst en beven dat binnen vijf weken de stank uit de gordijnen zal zijn.

Dorst heb ik altijd wel, maar honger heb ik eigenlijk nooit. Maar ik ben níet als Kafka’s hongerkunstenaar. Die bekende uitgemergeld op zijn sterfbed van rottend stro dat er geen ene koude kunst aan was, dat hongeren van hem. Hij vond al het eten dat er bestaat gewoon ronduit smerig. Zo niet ik. Nee, ik eet graag. Alleen moet mijn vriendin wel om half vier ’s middags vragen: ‘Heb je al ontbeten?’ Ik voel gewoon geen honger. En het eten moet voor m’n neus gezet worden. Ik kan best koken. Ik ben geen mongool. Maar ik kook alleen als mijn vriendin er om vraagt of er naar loopt te hinten. En ik ga zéker niet voor enkel en alleen mezelf koken. Ik ben godverdomme niet single.

Maar hoe zal ik dan niet in afwezigheid van mijn vriendin de hongerdood sterven?
1: Van zaterdag 15 maart tot en met maandag 21 april gaat de wekker op mijn iPhone iedere dag om 12 uur om mij te herinneren aan het ontbijt, om 4 uur voor de lunch en om 8 uur voor het avondeten.
2: Ik woon op vijf minuten lopen van het nieuwe Centraal Station. Vijf minuten lopen. Dat is veel minder moeite dan iets koken.

En er is keus: koffie en muffins bij de Starbucks. Maaltijdsalades bij de Albert Heijn To Go. Patat en kaassouflés bij de Smuller’s. Pasta van Julia’s. Noodles van Yam Yam. Stokjes filet american van De Broodzaak. Taarten van DuDok. Döner kebab van die keten die döner kebab verkoopt maar waar ik nu even de naam niet meer weet. Bonbons van Leonidas. Maar ik zal waarschijnlijk meestal kiezen voor de Big King XXl van de Burger King. Met van die rauwe uienringen erop, waar ik zo van uit m’n bek ga stinken.

En dan woon ik ook nog eens áchter centraal, waardoor ik, als ik kom eten, niet eens in de verleiding zal komen m’n nek te verrekken om die prachtige punt aan de voorkant te bekijken. Nee, maken jullie je om mij maar geen zorgen.

Latest posts by Jerry Hormone (see all)