Naar goed Rotterdams gebruik mos er een bijnaam voor wezen
In de traditie van de Hunkerbunker en de Koopgoot
Maar om wedstrijden geef een beetje Rotterdammer geen ene kloot
Gaat helemaal vanzelf, zo’n bijnaam voor ‘t station dat is herrezen

Dus die zinksnijers die er Station Kapsalon van hebben gemaak
Of de Haaienbek alsdan De Patatzak of de Grote Muil
Daar maak ik geen woorden meer aan vuil
Ze magge lekker een end oppleuren met de wansmaak

Nee, die naam komp vanzelf wel bovendrijven
Ik bedoel, loop ik op de Mauritsweg hoor ik ‘hello you stunt!’
Een seconde of wat laat ik deze woorden beklijven

En kijk ik welke vrouw mij deze fijne woorden gunt
‘Waar is Rotterdam Centraal?’ vraagt de mooiste van drie wijven
Ik wijs in de verte en zeg, ‘daar dames, bij die Blikken Punt’