Knoflookadem, bieradem, rookadem. Tijdens het festivalseizoen konden al deze giechelgeuren de vrije loop worden gelaten. Helaas moeten we ons zeer binnenkort weer noodgedwongen door het klimaat in een kroeg of discotheek terugtrekken. Een avance maken zonder je gesprekspartner te vergassen wordt dan weer een sport.

Hand voor m’n mond. Dat is vaak de tactiek om mijn prooi niet bij voorbaat al af te doen schrikken van de geur van een stukje knoflookbrood die zich in mijn holle kies heeft genesteld na een gezellige vooravond met vriendinnen. Helaas is hiervan ook weer het gevolg dat je je grappig bedoelde, lang overdachte openingszin drie keer moet herhalen en die dus helemaal niet zo hilarisch overkomt als hij bedoelt was. Halverwege de avond bots ik per toeval op het slachtoffer en vraag terwijl een bierboer van schrik mijn mond verlaat of hij het ook een tof feest vindt. Om me vervolgens weer zo snel mogelijk uit de voeten te maken, want het is uit den bozen dat hij beseft dat die zurezultlucht door mij is gefabriceerd. Eind van de avond toch nog maar even een praatje aanknopen, opgeven is natuurlijk geen optie. Deze keer maar gewoon een meter afstand houden, het is tenslotte niet de bedoeling dat hij kan meegenieten van het pakje sigaretten die ik in de afgelopen vijf uur door mijn luchtwegen heb gepropt.

Met z’n nummer op zak verlaat ik dan toch met succes het pand. Voor zover heeft de afstotelijke alcoholaroma mij in ieder geval geen parten gespeeld. Maar of hij me na getuige te zijn van mijn onmenselijke ochtendadem ook nog kan luchten of zien, is natuurlijk een tweede.

Latest posts by Emily (see all)