Er wordt gezegd dat nieuwsgierigheid bij me in de familie zit. Ik geloof dat ik veel snippers DNA net níet heb meegekregen, maar dit is een dominant stukje erfenis. Dat ik als kind zijnde elke kiezelsteen aan een onderzoek onderworp of een obsessie had voor het een of ander, staat me niet bij. Wel was ik vaste klant bij de bibliotheek en gefascineerd door de onmetelijk lange rij encyclopedieën die bij mijn buurmeisje in de boekenkast prijkten.

Naarmate ik ouder werd, was onderzoeken en ontdekken iets dat meer te maken had met het andere geslacht. Op de middelbare school vond ik leren en lessen geschiedenis volgen best leuk, totdat een vakantievriendje een keer vroeg of ik MSN had. Het hek was van de dam. Toen ik rond m’n dertiende Het Internet ontdekte was ik verloren. M’n moeder vond het niet zo grappig dat de telefoonlijn telkens bezet was en maakte er een sport van om mijn nieuw verworven hobby te saboteren.

Het had zo z’n uitwerkingen. M’n rapport van de Havo uit 2002 toont enkel tweeën, drieën en als uitschieter een zes voor Engels. Het was een drama. School had niet langer prioriteit in m’n leven. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt door Het Internet. De oneindigheid van de online wereld slokte me op en ik verdween urenlang achter mijn (bij de Lidl gekochte) gammele computertafel. Via ICQ stalkte ik menig puberliefde en ik speurde het internet af naar van alles en nog wat. Had ik iets over een nieuw fenomeen, een popster of een duister dilemma gelezen in de Fancy – ‘voor meiden die alles willen weten’? Ik zocht het op. De hele mikmak.

Het liefst vond ik informatie over personen. Als een ware Sherlock Holmes struinde ik het www af, op zoek naar foto’s van ex-vriendjes, nieuwe aanwinsten of personages die het middelpunt waren van roddels en verliefdheden. Google was m’n BFF. De begindagen van Facebook waren dan ook een genot. Doordat niemand anno 2004 bezig was met ‘privacysettings’ en het woord ‘cookies’ alleen geassocieerd werd met etenswaren, had ik vrij spel. Daarvóór hield ik eindeloze speurtochten op CU2 en was het doodsimpel om mensen op te sporen via allerlei fora en blogs. Hyves heb ik altijd gehaat, dus die community sloeg ik graag over. Niemand bekommerde zich om de openbaarheid van persoonlijke zaken, alle informatie lag voor het oprapen. Juicy details out in the open.

Ik stond bekend om mijn notoire zoekacties, werd liefdevol ‘detective’ genoemd. Als er weer eens over een vreemdganger werd gesproken, zei ik (vaak net iets te snel) ‘Ja, dat weet ik’. Het werd allemaal een beetje teveel van het goede. Ik wilde niet zo’n twintiger worden met een kennistekort door haar Google-verslaving. Het was de hoogste tijd om te stoppen. In 2010 ging ik met detective-pensioen.

Bij de bibliotheek kom ik niet zo vaak meer. Triviant is nog steeds mijn favoriete spel en als ik ‘s avonds niet kan slapen lees ik graag een random pagina van mijn Wikipedia-app. En soms, heel soms, kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan.

Latest posts by Kelly (see all)