Het was de snikhete zomer van 1976 en we gingen op vakantie naar Zweden. Vrijwel elke dag van deze zomer kon je me vinden ik op het strand van Hoek van Holland of het strandpaviljoen aan de Kralingse plas en ’s avonds lekker terrassen en doorzakken bij café De Drie Ballons op het Tiendplein het oer-Rotterdamse café met destijds de grootste bieromzet van Nederland. Op een avond werd Jules Deelder me daar toch in elkaar geslagen door een of andere brogem. Niet mooi meer. Jules deed helemaal niks terug en het is tot op de dag van vandaag een raadsel waarom hij zich dit pak rammel destijds liet welgevallen.

Maar goed, we gingen dus naar Zweden. Hoezo Zweden? Niemand ging in de jaren ’70 op vakantie naar Zweden. Ja wij. Wie waren wij? Mijn vrienden uit Crooswijk, Tjien en Leen, die toen nog niet bij Melief Bender werkte. Tjien was een Indische jongen en hij werd door Leen altijd aangesproken als ‘chinees’. We waren echte Rotterdamse uitvretertjes met een uitkering, werken voor een baas deden we niet. Ja zwart in de haven. En voor de rest? Alle dagen feest.

Er moest sterke drank meegenomen worden daar waren we het over eens. Die zouden we vervolgens duur verkopen en zo konden wij ons biertje drinken. Bij een slijterij op de 1e Middellandstraat kochten we maar vast twee 20 liter jerrycans met jenever. We gingen met de Volkswagen kever van Tjien. Hij had een rijbewijs, wij niet. Tent erin, jerrycans met jenever erin, ik kocht nog effe snel wat weed bij de Twijfelaar en weg waren we.

De overtocht van Travemünde naar Denemarken verliep voorspoedig. We vonden ergens een camping op een heuvel vlakbij Tivoli. Ik vond Denemarken niet veel aan, hetzelfde saaie landschap als in Nederland. De volgende dag scheepte we in op de ferryboot die ons naar Zweden/Malmø zou brengen. Maar wat was dat voor een geur? De auto stonk naar jenever. Een lekke jerrycan was de oorzaak, we konden deze ternauwernood redden door wat over te gooien in een andere lege jerrycan maar natuurlijk werden we eruit gepikt door de grensbewakers op de terminal in Malmø.

Ik nam als afleidingsmanoeuvre maar foto’s van de omgeving en van die gasten die onze wagen checkten. Nou zijn we de lul dachten we, maar de opzet om de olijke toerist uit te hangen slaagde, we mochten door. Wij kregen spontaan de lachstuipen en besloten meteen maar om deze vakantie zo weinig mogelijk geld uit te geven. We gingen ‘proletarisch’ winkelen. Uit stelen dus.

Op een gegeven moment reden we ergens een berg op en stonden we voor het hek van een huis in the middle of nowhere. Er stond een blik van die Zweedse worstjes die men nu ook bij Ikea kan kopen. Die was meteen voor ons, onze eerste diefstal in Zweden was een feit.

We konden geen dorp binnenrijden of we trokken de aandacht van de vele vrouwen die Zweden rijk was. Attenooie er waren toentertijd geloof ik meer vrouwen dan mannen in Zweden. Leen neukte zich suf, hij was ook de mooiste van ons drie. Bruin als koffie en hij had in die tijd een wit zijden smoking shawltje om z’n nek als we gingen stappen, hetgeen hem overigens prachtig stond.

De verkoop van de jenever liep ook als een tiet en we besloten de jenever aan te lengen met water, dat hadden ze toch niet in de peiling die Zweden. Elk dorp dat we passeerden bezat eenzelfde centraal plein waar jongeren dan strontlazarus rondhingen. Daar verkochten we de aangelengde jenever. De wiet die ik bij me had was nep. Had die gozer van de Twijfelaar mij toch rotzooi verkocht. Je werd er niet stoned van.

Het proletarisch winkelen verliep op rolletjes. We stalen de duurste biefstukken en op een camping bij Karlstad stond een Nederlands stelletje uit Delft met twee kindjes naast ons. Wij pleurden het duurste vlees op de barbecue en die mensen zeiden: ‘Duur hè, Zweden.’ -Ja zekers, zeiden wij, ‘maar je bent maar een keer op vakantie hé. Dat kost altijd geld.’ Hup.. daar ging weer een lap vlees op de barbecue waarvoor we niet betaald hadden.

We werden ook steeds brutaler. Op een gegeven moment hadden we zo veel vlees gestolen dat we het toen maar hebben weggegeven aan de buurtjes uit Delft. We verbleven nog een tijdje in Sønne, ergens in zo’n pittoresk Zweeds houten huisje, maar we verveelden ons daar te pletter. Tjien en Leen kregen ook steeds vaker woorden om niks, daar werd ik op mijn beurt chagrijnig van. We besloten door te rijden, hoger naar het noorden. We reden naar Arvika en daar ontmoette ik Britten.

Tjezus, wat kon die neuken. Ze was altijd verschrikkelijk nat en klaarkomen deed ze wel zeven a acht keer achter elkaar. Dat was een kick hoor. Ik besloot om lekker bij haar in huis te blijven had geen zin meer in het gezeik tussen Leen en Tjien. Sliep ook lekkerder in een tweepersoonsbed en drie keer per dag seks.

Ook in Zweden was het gedurende ons verblijf schitterend weer. We gingen iedere dag naar Ingestrand, zeg maar de Kralingse plas van Arvika. Leen en Tjien hadden ondertussen ook vaste vrouwtjes in Arvika kortom we hadden een toptijd. Britten kwam in de herfst nog drie weken op vakantie naar Rotterdam. Ik beloofde dat ik op mijn beurt met de kerst naar Arvika zou komen, maar ik had geen cent, ik was in die tijd een echte slapjanus hoor. Wilde niks, had geen zin in werk. Voor nu lijkt dit onmogelijk, maar destijds mocht je gewoon een paar jaar niet weten wat je wilde en toch geld krijgen.

Britten stond mij op de beloofde dag bij de veerboot op te wachten maar ik kwam natuurlijk niet opdagen. Naar het schijnt heeft ze er veel verdriet van gehad, ik sprak haar later nog bij m’n ouders aan de telefoon, maar het was over. Ik hing op. Mijn vader zei: ‘Goh wat was ze duidelijk te verstaan hé, net alsof ze naast je stond.’

Latest posts by Ton Zandboer (see all)