Date #1: Ik open het portier en stap in de wereld van Cemal

Een auto met getinte ramen stopt. Ik loop erheen, maar hij rijdt verder. Het eerste vooroordeel kan de prullenbak in; niet alle jongens van Turkse komaf rijden in een geblindeerde Mercedes. Wanneer een Golf halt houdt en ik een schim mij aan zie kijken, weet ik dat hij het is. Het raampje gaat open, een hand met sigaret hangt losjes naar buiten. Turkse muziek schalt door de straat. Ik open het portier en stap in de wereld van Cemal*.

Cemal is bekend in Rotterdam. Sterker nog, volgens Cemal kent iedereen hem. Muzikanten, platenbazen, drugsdealers, eigenlijk kent iedere Rotterdammer de jonge ondernemer behalve ik. Zijn Burberryblouse is gestreken, zijn glimmende gympen gepoetst. Het haar keurig opgeschoren en de bontkraag geborsteld.

Ik zag er toch al raar uit, zo kerstgala-fonkelend in een grillroom

Enigszins ongemakkelijk neem ik plaats en leun achterover in standje strandstoel, nog ternauwernood over het dashboard kunnen kijkend. Doordat de muziek hard staat en Cemal geen heer en meester in den articulatie is, versta ik zo’n vijftig procent van wat hij zegt. Na dertien maal “wat zeg je” geef ik het op en knik ik hevig wanneer hij vraagt hoe mijn wiskunde is gegaan.

Cemal neemt mij mee naar het restaurant van zijn oom. Genre: snackbar. We zijn de enige gasten. Terwijl Cemal via zijn Blackberry heil in de buitenwereld zoekt, prop ik mijzelf vol met brood en giet ik een liter linzensoep over mijn paillettenshirt. Niet erg, ik zag er toch al raar uit, zo kerstgala-fonkelend in een grillroom. Wanneer ik het reeds geopende bekertje Ayran schud en er een melkstelsel aan yoghurtdrank door de lucht vliegt, voel ik mij Britt. Cemal zijn donkere ogen lichten op. Hij lacht.

“Ga je veel uit?” Cemal: “Dat vind ik een hele goede vraag.” Stilte. “Nee.” Ik vraag hem wat hij veel vindt. “Ieder weekend is veel man.” Cemal heeft geen tijd voor uitgaan. Hij wil zijn kappersimperium uitbreiden met zonnebankstudio’s en een BMW. Het doel: voor zijn dertigste zo veel mogelijk nullen. Hiervoor moet hij hard werken, teveel belasting betalen en af en toe liegen. “Soms zeg ik dat het druk is, terwijl dat niet zo is.” Herkenbaar. Een beetje zoals ik mijn dagen lurkend aan soya latte’s doorbreng.

Cemal spendeert zijn dagen niet tussen speltbrood en worteltaarten

Wanneer ik uitgegeten ben, kijkt Cemal mij aan. “Zullen we nog Turkse thee drinken bij mijn nicht?” ‘Nee, dank je’ denk ik, maar ik wil de lulligste niet zijn. We vervolgen onze tocht. Het Zwaanshals uit, Noord uit, Rotterdam uit. “Waar gaan we eigenlijk heen?” Cemal: “Naar mijn nicht.” Ik: “Oh, oké.” Ik tuur maar weer naar buiten.

Ik had gedacht dat een blind date makkelijker zou zijn. Je gaat zitten, bestelt een fles wijn en bespreekt het leven. En passant maak je wat goede grappen en verover je elkaar. Nu graaf ik door mijn brein op zoek naar vragen en slaag er met moeite in uit te leggen waar mijn kapper zit. Koekela, Vlaams Broodhuys; Cemal allen niet bekend. Cemal spendeert zijn dagen immers op de Kruiskade en niet tussen speltbrood en worteltaarten.

Ik begin een beetje te balen van mezelf. Waar haalde ik de arrogantie vandaan te denken met iedereen een gesprek te kunnen voeren? Gelukkig herinner ik mij een gouden tip: mannen praten het liefst over zichzelf.

“Wil je artiest worden?” Cemal: “Ik heb het geprobeerd man, het lukte niet. Ik heb een cursus gevolgd bij de SKVR. Trommelen, stokjes, alles. Dat was niks voor mij man. Turken zijn heel goed met muziek. Gaat over liefde weet je.” Ik vraag hem of hij wel eens verliefd is geweest. “Ja, maar als het niet werkt, dan werkt het niet. Jij?” Ik antwoord: “Ja, maar als het niet werkt, dan werkt het niet.” We lachen. Hardop.

Ik neem plaats op de skailederen bank die ik de komende uren,
kijkend naar Kral TV, niet zal verlaten

Na mijns inziens te lang rijden voor een kop thee, parkeert hij de auto naast een restaurant. Ik stap uit en loop er heen, maar Cemal roept mij terug. “Mijn nicht woont daar!” Hij wijst naar de overkant. Ik kijk omhoog. Het doet mij denken aan de tijd dat ik kinderpostzegels verkocht en mij pas in de woonkamers van de vriendelijke meneren bedacht dat dit geen ijzersterke zetten waren. “Ik weet niet of ik dit heel chill vind” sputter ik. Zijn donkere ogen worden groot van schrik. “Hoezo dan? Is gewoon mijn nichtje weet je. Is lief meisje.” Op zijn kinderpostzegels loop ik achter hem aan het trappenhuis in. Mijn ruggengraat zal altijd een zwakke schakel blijven.

Vier trappen later verschijnen drie prachtige dames in een deurpost. In de met rook gevulde woonkamer neem ik plaats op de skailederen bank die ik de komende uren, kijkend naar Kral TV, niet zal verlaten. Met de nichtjes praat ik over familie, Goede Tijden Slechte Tijden en de dood. Af en toe ontwaakt Cemal uit zijn Blackberry. Hij blijkt een beschermende neef te zijn die zijn nichtjes liever niet alleen op pad ziet. “Ik vertrouw ze wel, maar de mannen om hen heen niet. Ik ben er zelf één weet je.” Ik kijk hem aan en boer binnensmonds wat durüm op. Met thee spoel ik de kip terug naar binnen. Pittig, die sambal. Kleurrijk, die nepbloemen. Ik staar weer naar het televisiescherm.

Op mijn eerste blind date heb ik mijn date niet echt leren kennen. Zijn familie wel, met op de achtergrond Kral TV en de nasmaak van gekruid gehakt. Bij het afscheid geef ik Cemal een hand, ren ik naar mijn fiets en voel ik mij de kinderjuf waar hij mij voor aan zag.

Dore van Duivenbode

Lees ook: OVER ANGSTEN (EN VOORTPLANTING)

Latest posts by Dore (see all)